Erfgenamen maken het steeds vaker mee: een ouder overlijdt op latere leeftijd en de nalatenschap is beduidend kleiner dan verwacht. Bijvoorbeeld omdat de ouderlijke woning waarop geen hypotheek rustte, enkele jaren geleden is verkocht, maar het banksaldo desondanks vrijwel nihil is. Opvallend genoeg voerde een naaste de laatste jaren voor het overlijden het beheer over het vermogen.

Inleiding
Financieel misbruik van ouderen; een actueel thema binnen de erfrechtpraktijk. Volgens onderzoek[1] heeft ruim een op de twintig thuiswonende ouderen te maken met een vorm van mishandeling, met name financiële uitbuiting. Van geheugenproblemen en beperkte zelfredzaamheid aan de zijde van de oudere wordt maar al te gretig misbruik gemaakt. De overheid (het ministerie van VWS) erkent deze problematiek en rolde enkele jaren geleden een landelijk programma uit. Dat is vooral gericht op preventie, signalering, melding en beëindiging van financieel misbruik. Maar wat als het kwaad al is geschied en de oudere is overleden. Welke juridische mogelijkheden heb je dan als erfgenaam?

In het hiernavolgende behandel ik het aangehaalde voorbeeld, waarbij vader overleed, Kind X erfgenaam is en Kind Y de financiën van vader tijdens zijn laatste levensjaren beheerde.

Juridisch kader: bewijs
Allereerst dient Kind X zoveel mogelijk bewijs van de (aannemelijkheid van de) misstanden te verzamelen. Heeft Kind X in dat kader wel recht op informatie over de financiën van vader? Van belang is de positie van Kind X. Als erfgenaam heeft hij al snel recht op informatie. Zo dient een executeur een erfgenaam alle gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak te geven (artikel 4:148 BW). Jegens een andere erfgenaam/deelgenoot kan Kind X zich beroepen op de redelijkheid en billijkheid om informatie te vergaren (artikel 3:166 lid 3 BW jo. 6:2 BW), of wellicht stukken bemachtigen krachtens artikel 843 en 22 Rv. Ook jegens de langstlevende heeft Kind X, als sprake is van de wettelijke verdeling, recht op informatie/bescheiden (artikel 4:16 lid 4 BW). Was Kind X (enkel) legitimaris en geen erfgenaam, dan gelden andere regels, maar dan heeft Kind X in ieder geval recht op alle informatie die nodig is om zijn legitieme portie te kunnen berekenen (artikel 4:78 BW).

Voor Kind X als erfgenaam is het niet altijd eenvoudig de gewenste of de juiste informatie daadwerkelijk boven water te krijgen. Denk aan de bereidwilligheid van degene die de administratie onder zich heeft en aan de beperkte bewaarplicht van financiële bescheiden voor banken (7 jaar). Wacht dus als erfgenaam sowieso niet te lang met actie ondernemen.

Beschikt Kind X op enig moment over informatie, zoals bankafschriften, waaruit diverse ongebruikelijke transacties blijken ten tijde van het beheer door Kind Y (denk aan forse overboekingen naar Kind Y met als kwalificatie ‘schenking’), dan loopt Kind X tegen een volgend probleem aan. Hoe toont hij aan dat Kind Y buiten zijn bevoegdheden is getreden, dat vader niet instemde met de bewuste onttrekkingen van diens bankrekening? Vader leeft niet meer, dus hem kan niets worden gevraagd.

Rekening & Verantwoording
Een belangrijk aanknopingspunt in dat kader biedt een rekening en verantwoording door Kind Y over het gevoerde beheer. In hoeverre is Kind Y verplicht tot een dergelijke rekening en verantwoording?

  1. Rechthebbende (vader) en recht op rekening en verantwoording

Er rijst direct een aantal interessante vragen. Mocht vader tijdens leven al een rekening en verantwoording van Kind Y afdwingen? Zo ja, heeft hij dat ook gedaan? En als hij het niet heeft gedaan, waarom heeft hij dat dan niet gedaan? Van belang is in ieder geval of er in de verhouding tussen Kind Y en vader sprake was van een formeel bewind over het vermogen van vader, een concrete volmacht, een levenstestament, of beheer van de administratie volgens (mondelinge) afspraken tussen vader en Kind Y. De rechtsfiguur zelf bepaalt veelal of sprake is van een rekening en verantwoordingsplicht, maar de rechtspraak is, zeker in gevallen als volmacht en beheer op grond van afspraken, erg casuïstisch en afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Ik richt me in dit artikel met name op de volmacht omdat die in de praktijk veelvuldig tot discussie leidt.

Volmachtverlening schept volgens de Hoge Raad ( o.a. HR2005:AS4167) op zich geen rechtsverhouding op grond waarvan de gevolmachtigde (Kind Y) gehouden is zich (‘omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid’) te verantwoorden. Wanneer is dan wel sprake van een rechtsverhouding die een verplichting tot rekening en verantwoording doet ontstaan? In 2014 formuleerde de Hoge Raad hiertoe een aantal gezichtspunten (HR:2014:1089):
‘(…) Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht (…). Aan het oordeel dat op grond van ongeschreven recht een verplichting bestaat om zich te verantwoorden over de behoorlijkheid van het over het vermogen van een ander gevoerd beheer, kan bijdragen dat sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd, zoals gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming.

Voor het overige is het antwoord op de vraag of een zodanige verantwoording geboden is, sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Omstandigheden die in dit verband een rol kunnen spelen zijn onder meer:

  1. de redenen waarom het beheer is gevoerd,
  2. de verhouding die bestond tussen degene die het beheer voerde en de rechthebbende,
  3. hetgeen in de relatie tussen partijen of in soortgelijke gevallen gebruikelijk is of was,
  4. de mate waarin degene die het beheer voerde, zelfstandig kon en mocht handelen, en
  5. de mate waarin de rechthebbende in staat is geweest de handelingen van degene die het beheer voerde te overzien en voor zijn belangen op te komen.’

Was tussen vader en Kind Y dus geen expliciete rekening en verantwoordingsplicht voor Kind Y vastgelegd, dan zullen al snel genoemde omstandigheden meewegen bij de vraag of vader tijdens leven toch een rekening en verantwoording van Kind Y had mogen verlangen.

Kan die laatste vraag bevestigend beantwoord worden, maar heeft vader er bij leven niet om gevraagd, dan is het (juridisch) interessant waarom vader dat niet heeft gedaan. Was vader kennelijk tevreden met het beheer of kon hij het niet voldoende overzien? Een medisch dossier kan aanknopingspunten bieden voor eventuele wilsonbekwaamheid. Of inzage in het medisch dossier na overlijden van vader tot de mogelijkheden behoort, is van een andere orde, waarbij ook het medisch beroepsgeheim van artsen een rol speelt. Dat gaat echter het bestek van dit artikel te buiten.

  1. Erfgenaam (Kind X) en recht op rekening en verantwoording

De vraag die vervolgens speelt, is of Kind X, als erfgenaam van vader, ook een eventueel recht op een rekening en verantwoording heeft terzake het door Kind Y gevoerde beleid. In principe geldt dat het recht om rekening en verantwoording te vragen, enkel bestond – als het al bestond – in de verhouding tussen vader en Kind Y. Dat recht gaat in beginsel niet over op rechtsopvolgers onder algemene titel zoals erfgenaam Kind X.

Dat is alleen anders als vader de rekening en verantwoording tijdens leven al had verzocht maar Kind Y de rekening en verantwoording (nog) niet had afgelegd. Of, volgens HR2005:AS4167 en RBROT:2018:5132, als vader zelf bij leven al bezwaar had gemaakt tegen de handelwijze van de beheerder, of indien vader ten tijde van de volmachtverlening en bij gebruikmaking van de volmacht wilsonbekwaam werd geacht. Misbruik van omstandigheden kan eveneens een grond zijn om een rekening en verantwoordingsplicht af te dwingen.

Al met al wordt in de rechtspraak een recht op rekening en verantwoording voor een erfgenaam niet snel aangenomen.

Alternatieve routes
Het is duidelijk dat de weg van de rekening en verantwoording geen sinecure is. Bovendien ben je er als erfgenaam met de ontvangst van de rekening en verantwoording, als dat al lukt, nog niet. Je mogelijke ‘schade’ is nog niet vergoed. Overweeg daarom vooraf een alternatieve route, bijvoorbeeld die van de ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatige daad. Op een dergelijke grond vorder je een bepaald bedrag ‘terug’ van de voormalige beheerder, met o.a. de bankafschriften als belangrijk bewijsmiddel en/of aan de hand van het horen van getuigen. Ook kan worden gedacht aan het vernietigen van ‘vermeende’ schenkingen ten laste van het vermogen van de oudere. Onder omstandigheden is bij een dergelijke vernietiging een omkering van de bewijslast mogelijk, wat jouw positie als erfgenaam versterkt.

Tot slot
Kortom, als erfgenaam is (juridisch) actie te ondernemen tegen vermoedelijk financieel misbruik. De gebruikelijke route van de rekening en verantwoording is niet per definitie die met de grootste succeskans. Wil je als erfgenaam weten welke route het beste bij jouw situatie past, vraag dan een van onze TEN Erfrecht advocaten om deskundig advies.

[1] Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, 2018, in opdracht van VWS

Auteurs

Nicoline Stoutenbeek
Advocaat Advocaten Familie- & Erfrecht

Rechtsgebied

Erfrecht

Dit artikel komt uit het MC magazine Leading Lawyers Erfrecht