Een belangrijke taak voor collaborative advocaten is een goede en juiste schriftelijke vastlegging van afspraken in een schriftelijke overeenkomst. Meestal wordt gekozen voor een vaststellingsovereenkomst om daarmee een einde te maken aan het geschil tussen partijen. De wet omschrijft de vaststellingsovereenkomst als volgt (7:900 lid 1 BW): “Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken.” Het is uiteraard belangrijk om in een vaststellingsovereenkomst niets over het hoofd te zien.

In de casus bij rechtbank Zeeland-West-Brabant  (24 mei 2018:3329) speelde het volgende:

Erflater is in 2013 overleden. Op dat moment was hij ongehuwd, had geen (geregistreerd) partner, woonde niet samen en had geen kinderen. Erflater heeft op 1 juni 2001 een testament opgemaakt, met de volgende erfstelling: “Ik benoem tot mijn enig erfgename mijn partner, (D), thans ongehuwd en geen geregistreerd partner, met wie ik vanaf heden samenwoon en onze samenwoning alsdan niet duurzaam is verbroken. Voor het geval ik mocht komen te overlijden tegelijk of na mijn genoemde partner, benoem ik tot mijn enig erfgename: Stichting A, gevestigd te Zeist”.

Op het moment van overlijden had erflater geen partner.

Belanghebbenden zijn een halfzus en een halfbroer van erflater. Zij menen dat zij de erfgenamen van erflater zijn. Stichting A meent echter dat zij de erfgenaam is.

De belanghebbenden en Stichting A komen tot een schikking. Zij leggen ondermeer het volgende vast in een vaststellingsovereenkomst:

“(…)

De volmachtgevers (…) willen hun geschil in der minne oplossen en zijn daarom bereid, voor zover nodig in afwijking van de tussen hen bestaande rechtsverhouding, hun rechtsverhouding als volgt vast te stellen respectievelijk de navolgende rechten en verplichtingen hieruit te aanvaarden.

De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaart dat haar volmachtgevers een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten (…) en dat haar volmachtgevers zich bij deze vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het geschil omtrent hetgeen rechtens geldt, jegens elkaar binden aan een vaststelling daarvan en dat zij daartoe ter finale kwijting van dat geschil zijn overeengekomen als volgt:

a. Partijen stemmen in met een zodanige uitlegging van de uiterste wilsbeschikking van [C] dat [Stichting A] de enige erfgename van [C] is. (…) Enkel en uitsluitend ter beslechting van hun dispuut en ter vermijding van verdere kosten, disputen en/of procedures zijn partijen in het kader van een minnelijke regeling overeengekomen dat [C] aan de volmachtgevers onder 2.a. tot en met 2.c. tezamen een bedrag in geld gelijk aan een/vijfde deel van het uiteindelijke saldo van de nalatenschap van [C] betaalt. (…).”

Stichting A heeft vervolgens aan de belanghebbenden bij de vaststellingsovereenkomst ruim EUR 40.000 per persoon betaalt. Enige tijd later legt de belastingdienst bij de belanghebbenden een aanslag erfbelasting op i.v.m. betalingen ontvangen krachtens erfrecht in de zin van de Successiewet. De belanghebbenden zijn het hier niet mee eens. Na bezwaar gaan zij in beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Wat beslist de rechtbank Zeeland-West-Brabant? Onder verwijzing naar twee arresten van de Hoge Raad uit 1954 en 1969 inzake het “prijsgeven van erfrechtelijke aanspraken tegen betaling” merkt de rechtbank de betalingen aan als krachtens erfrecht verkregen. De duiding van de betaling in de vso door de partijen “enkel en uitsluitend ter beslechting van hun dispuut en ter vermijding van verdere kosten, disputen en/of procedures” doet hieraan niet af, aldus de rechtbank.

Partijen zullen t.t.v. het opstellen van de vaststellingsovereenkomst vast hebben stil gestaan bij mogelijke fiscale gevolgen en hierover afspraken hebben gemaakt in een afzonderlijke overeenkomst. Het is echter uiteraard ook mogelijk dat hier geen aandacht aan is geschonken. In dat laatste geval zal de belastingaanslag een onaangename verrassing zijn geweest. Een tip die niet vaak genoeg kan worden gegeven: laat altijd even een fiscalist meelezen bij het opstellen van de vaststellingsovereenkomst!

Auteurs

Priska Voskuil
Partner De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators

Rechtsgebied

Personen- en familierecht