HR 22 november 1974, NJ 1975, 149

Dit is een van mijn favoriete arresten. De casus heeft, zoals meer standaardarresten, veel ingrediënten van een scène uit Jip en Janneke: broodbezorger De Coninck loopt met zijn goed gevulde bakkersmand monter de tuin in van de familie Heddema. Bij de ingang is vlak boven de grond een touwtje gespannen. De Coninck struikelt en komt bovenop zijn broodmand terecht (ik zie hierbij een tekening van Fiep Westendorp voor mij met allemaal rondvliegende broodjes). De in de tuin spelende jonge kinderen (vier en vijf) van de familie Heddema hebben dat touwtje niet gespannen (zij konden zelfs hun eigen veters nog niet strikken).[1] Daarop ontspint zich een juridische strijd die De Coninck en Heddema in de juridische annalen vereeuwigt. Volgens De Coninck zijn de ouders van de kinderen op de voet van art. 1403 BW (oud) aansprakelijk voor het nalaten van de kinderen: die hadden hem voor het touwtje moet waarschuwen of het zelf moeten verwijderen.

Onder ons huidige recht was deze zaak eenvoudig geweest: art. 6:169 BW schept voor kinderen onder de 14 jaar alleen risico-aansprakelijkheid van de ouders als de verweten gedraging als een doen is te beschouwen. Ouders zijn niet aansprakelijk voor een nalaten van hun kinderen. Het oude recht kende die beperking echter niet. Art. 1403 BW (oud) behelsde een algemene aansprakelijkheid van ouders voor onrechtmatig gedrag van hun kinderen. Er moest daarom gekeken worden welke rechtsplicht in het algemeen gold in deze situatie. Dient in de gegeven omstandigheden te worden gewaarschuwd voor het touwtje of moet het worden verwijderd, ook al heeft men met het spannen van het touwtje niets te maken?

De casus raakt daarmee aan de grondbeginselen van ons aansprakelijkheidsrecht. Als uitgangspunt kan men alleen aansprakelijk gehouden worden voor schadeveroorzakende situaties die men zelf in meer of mindere mate in het leven heeft geroepen. Juist die betrokkenheid rechtvaardigt de aansprakelijkheid. In dit arrest bevestigt de Hoge Raad dat uitgangspunt, maar schept ook voor de eerste keer een kader waarbinnen ook buiten die betrokkenheid bij de schadeveroorzakende gebeurtenis aansprakelijkheid kan bestaat: de gevallen van ‘zuiver nalaten’. De Hoge Raad overweegt:

 “Dat van een rechtsplicht om een waargenomen gevaarssituatie voor het ontstaan waarvan men niet verantwoordelijk is, op te heffen of anderen daarvoor te waarschuwen, in het algemeen ook voor volwassenen alleen sprake kan zijn, wanneer de ernst van het gevaar dat die situatie voor anderen meebrengt tot het bewustzijn van de waarnemer is doorgedrongen, zulks behoudens het bestaan van bijzondere verplichtingen tot zorg en oplettendheid zoals kunnen voortvloeien uit een speciale relatie met het slachtoffer of met de plaats waar de gevaarssituatie zich voordoet;

Daarmee is het zuiver nalaten als aansprakelijkheidsgrond aanvaard en het eerste relevante vereiste daarvoor beschreven: de ernst van het gevaar dat de situatie voor anderen meebrengt dient daadwerkelijk tot het bewustzijn van de waarnemer zijn doorgedrongen. Er bestaat dus geen rechtsplicht als men dat gevaar had behoren te onderkennen. Zo’n daadwerkelijk bewustzijn was bij de kinderen niet aanwezig. Het criterium was in dit arrest nog wel erg ruim. Zo komt een gemiddelde stadswandelaar wel vaker situaties tegen waarvan hij het gevaar direct zal onderkennen: openstaande kelderluiken, gammele steigers, gaten in de stoep etc. etc. Het zou te ver gaan als hij voor de daardoor ontstane schade steeds moet opdraaien, omdat hij geen actie heeft ondernomen.  In dat licht worden in de literatuur[2] terecht nog aanvullende eisen gesteld: (i) de dreiging van ernstig letsel, (ii) het bestaan van de mogelijkheid en noodzaak om actie te ondernemen en (iii) een reële verhouding tussen de moeite en kosten voor het ondernemen van actie enerzijds en het gevaar anderzijds. Binnen deze grenzen is men onder het Nederlands aansprakelijkheidsrecht zijns broeders hoeder.

[1] Zie daarover de bijdrage van Thea Lautenbach over dit arrest in de Vindplaats, Trema 2006-4, p. 163-164 die bij de betrokken op bezoek is geweest.

[2] Bijv. J. Spier e.a. (red.), Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, Deventer: Kluwer 2015, nr. 53

Auteur

Philip Fruytier
Advocaat Houthoff

Rechtsgebied

Civiel recht