Volgens art.7:673 BW heeft de werknemer bij ontslag in beginsel recht op de transitievergoeding (hierna: “TV”) van – kort gezegd – 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar. Doel van de TV is compenastie van ontslag en begeleiding naar ander werk. De aanspraak op de TV geldt ook voor de werknemer die wordt ontslagen na 2 jaar ziekte. In de praktijk zie je dat veel werkgevers besluiten om de arbeidsovereenkomst met een werknemer die 2 jaar ziek is niet op te zeggen om zo te voorkomen dat de TV betaald moet worden. Dat geldt met name in die gevallen dat de werknemer terminaal ziek is of binnen afzienbare tijd de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Vanuit werkgevers kringen is kritiek geuit op de verplichting om ook aan de 2 jaar zieke werknemer de TV te moeten betalen bij ontslag, waarbij gewezen is op de verplichting van de werkgever om ook al gedurende 2 jaar het loon van de zieke werknemer te moeten doorbetalen, hetgeen ook Europees gezien een lange periode is. Die kritiek is voor de wetgever aanleiding geweest om de compensatieregeling in de wet op te nemen. Ingevlge die regeling die gaat gedlen per 1 april 2020 kan de werkgever met teruwerkende kracht tot de invoering van de Wwz per 1 juli 2015 de TV die hij betaald heeft aan de 2 jaar zieke werknemer alsnog declareren bij het UWV. Mede naar aanleiding van die nieuwe wettelijke maatregel is in de rechtspraak de vraag gerezen of de werkgever verplicht is om de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer na 2 jaar op te zeggen alsmede of de werkgever ernstig verwijtbaar handelt wanneer hij het dienstverband in zo’n geval slapend laat voortbestaan. Inmiddels zijn over die vraag tegengestelde uitspraken gedaan en de kantonrechter Limburg heeft over deze kwestie prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.

Spreker

Wim Wetzels
kantonrechter/senior rechter A Rechtbank Rotterdam

Rechtsgebied

Arbeidsrecht

Project

Stadion Feijenoord

Vindplaats

AvdR-Legalflix:300/12