Het aantal stellen dat gaat samenwonen zonder te trouwen neemt jaarlijks toe, terwijl het huwelijk minder in trek is. Voor gehuwden is in de wet (Boek 1 BW) geregeld hoe hun vermogensrechtelijke verhouding eruit ziet of kan zien. Regel je niets dan geeft de wet de regels. Voor ongehuwden gelden die regels niet. Het aantal samenlevers neem toe en daarbij ook het aantal dat niets heeft geregeld: zij leven “in het wild samen” . Wordt de relatie verbroken dan kunnen zij enkel terug vallen op de algemene regels die in de wet zijn opgenomen over eigendom en vorderingsrechten. Er wordt wel geprobeerd om de regels voor gehuwden van overeenkomstige toepassing te verklaren maar dat is onlangs door de Hoge Raad volledig afgewezen. Daarmee is het zaak dat samenlevers zich dat goed realiseren. Heeft de ene partner een een huis en wordt dat huis verbouwd met geld van de andere partner dan is niet vanzelfsprekend dat deze laatste de investering weer terugkrijgt op het moment dat de samenwoning en affectieve relatie wordt beëindigd. Waren zij getrouwd dan voorziet de wet daarin. Zou het niet tijd worden om de wet te veranderen of biedt de Hoge Raad toch nog wat ruimte?

Spreker

Bart Breederveld
Advocaat Rensen advocaten Alkmaar

Rechtsgebied

Erfrecht

Project

Stadion Feijenoord

Vindplaats

AvdR-Legalflix:300/01