Dat een deel van de als essentieel aan te merken stellingen door eisers tot cassatie is aangevoerd in het kader van de grief ten aanzien waarvan de advocaat van eisers ter zitting bij het hof desgevraagd heeft verklaard dat de grondslag daarvan ‘kan worden geschrapt’ en dat eisers om die reden geen belang hebben bij afzonderlijke beoordeling van deze grief, ontsloeg het hof niet van de verplichting om bij de beoordeling van de overige grieven van eisers acht te slaan op alle essentiële stellingen van eisers in hoger beroep die van belang zijn voor de overige grondslagen van hun vorderingen, ook indien die in het kader van bedoelde grief zijn aangevoerd. In dit verband is mede van belang dat verweerders in cassatie blijkens hun memorie van antwoord hebben onderkend dat aan de stellingen die eisers in het kader van bedoelde grief hebben aangevoerd, ook betekenis toekomt voor de beoordeling van hun overige grieven, en dat verweerders op die stellingen zijn ingegaan.

Spreker

Derk Rijpma
Advocaat Hoge Raad Den Haag

Rechtsgebied

Civiel recht

Project