* HR 17 december 2010, NJ 2012/155 m. nt. T. Hartlief

In de nacht van 25 op 26 augustus 2003 is de kade langs de Ringvaart te Wilnis over een lengte van 60 meter ongeveer 5,5 tot 7,5 meter in de richting van de achterliggende woonwijk Veen(zijde) I verschoven, waardoor ongeveer 230.000 m3 water de polder de woonwijk van Wilnis  is ingestroomd. De Gemeente De Ronde Venen, waartoe Wilnis behoort, vordert veroordeling van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht tot vergoeding van de door haar geleden schade ten gevolge van de kadeverschuiving, nader op te maken bij staat. Zij grondt haar vordering is onder meer op art. 6:174 lid 1 BW.

De Hoge Raad verwerpt de klacht dat het hoogheemraadschap geen bezitter is van de dijk en dat een dijk geen opstal zou zijn met een verwijzing naar de in lid 4 van art. 6:174 BW gegeven  ruime  definitie van het begrip ‘opstal’ (‘gebouwen en werken (in de wetgeschiedenis ook gezamenlijk aangeduid als ‘bouwwerken’.[1] De Hoge Raad past de Kelderluikcriteria toe. Bij de eisen als bedoeld in art. 6:174 lid 1 gaat het om de eisen die men uit het oogpunt van veiligheid aan de desbetreffende opstal mag stellen.[2] Daarbij spelen, zo volgt uit de wetsgeschiedenis[3], gedragsnormen als veiligheidsvoorschriften en in het algemeen aan een bezitter of gebruiker van die zaak te stellen zorgvuldigheidsnormen een belangrijke rol. De omstandigheid dat een opstal in algemene zin voldoet aan geldende veiligheidsvoorschriften, staat niet in de weg aan het oordeel dat de opstal (niettemin) niet aan bedoelde eisen voldoet en derhalve gebrekkig is in de zin van art. 6:174 lid 1 BW.[4]

Bij het antwoord op de vraag of de opstal voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, komt het volgens de Hoge Raad dan ook aan op de — naar objectieve maatstaven te beantwoorden — vraag of de opstal, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn.

Het enkele feit van de kadeverschuiving zal in het algemeen voldoende zijn voor het aannemen van het vermoeden dat de kade (dijk) niet voldeed aan de daaraan in de gegeven omstandigheden te stellen eisen, behoudens door de bezitter ervan te leveren tegenbewijs. De aard, de bestemming en de waarborgfunctie van de kade zijn zwaarwegende factoren zijn die kunnen meebrengen dat daartegenover aan andere omstandigheden minder gewicht toekomt of ertoe kunnen nopen dat aan de onderbouwing van stellingen met betrekking tot de niet-kenbaarheid van het gevaar van een kadeverschuiving strenge eisen worden gesteld. Daarbij spelen de toenmalige kennis over faalmechanismen en de toenmalige maatstaven voor belastingsituaties, en dat de toenmalige stand van wetenschap en techniek en de financiële kaders waarbinnen het Hoogheemraadschap zijn beleidsdoelstellingen tracht te realiseren  een rol toe bij de beoordeling of de kade gebrekkig was. Dit geldt ook voor de stelling dat de kadeverschuiving zich heeft voorgedaan ten gevolge van specifieke en uitzonderlijke omstandigheden. Dit kan immers van betekenis zijn voor het antwoord op de vraag of met betrekking tot de kade, gelet op de toenmalige stand van de wetenschap en de techniek, alle nodige veiligheidsmaatregelen waren getroffen.

Niet kan warden gesteld dat een dijdoorbraak dus meebrengt dat de bezitter daarvan voor de schade aansprakelijk is. Dat hangt er van af wat die doorbraak  heeft veroorzaakt en of – met de kennis van het moment  van de dijkdoorbraak – de bezitter het gevaar heeft  geweten of had moeten weten en adequate maatregelen  had moeten nemen.

[1] Parl. Gesch. Boek 6, p. 753–757.

[2] HR 15 juni 2001, nr. C99/350, LJN AB2149, NJ 2002/336 en
HR 20 oktober 2000, nr. C99/004, LJN AA7686, NJ 2000/700).

[3] Parl. Gesch. Boek 6 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1380

[4] HR 20 oktober 2000, nr. C99/004, LJN AA7686, NJ 2000/700).

Auteur

Jan Wouter Alt
Cassatieadvocaat Alt Kam Boer advocaten

Rechtsgebied

Civiel recht