X was enigst kind en moeder was enkele jaren geleden gestorven. Moeder had zoon X onterfd. Dat kwam hard aan, hoewel de verhoudingen al geruime tijd verstoord waren. Vader, erflater, stierf en onterfde zijn zoon. Dat kwam dubbel zo hard aan. Erflater benoemde zijn zuster tot erfgenaam en zijn zwager tot executeur. De executeur schreef X aan en meldde dat vader was overleden en dat hij binnen een half jaar kon aangegeven of hij gebruik wilde maken van zijn wettelijke rechten. Als hij zijn oom de executeur niet wilde spreken kon hij zich ook wenden tot een met name genoemde notaris. X aarzelde heel lang maar meldde zich enkele dagen voor de termijn verstreek bij de notaris. De koffers van de notaris stonden in de gang en er werd een afspraak gemaakt drie weken later. Een week na de verstreken termijn meldde de executeur dat de termijn voorbij was, dat hij geen aanspraak had gemaakt op zijn legitieme portie en dat hij zijn legitieme portie had verspeeld. Het woord legitieme portie kwam in de eerste brief niet voor. X trok naar de rechtbank en die oordeelde dat de executeur weliswaar een termijn mag geven, dat de termijn op zich ook redelijk was maar dat de executeur klare wijn had moeten schenken en dat X zich wel had gemeld bij de notaris. X had volgens de rechtbank nog steeds recht op zijn legitieme portie.De nalatenschap bedroeg ongeveer 300.000 Euro. X had bij de rechter ook inzage gevraagd en gekregen van de bankafschriften van erflater van de afgelopen vijf jaar. Oom executeur was inmiddels opgevolgd door een professionele executeur. Nu bleek dat in de afgelopen vijf jaren nog ca 500.000 Euro was geschonken door erflater aan zuster en een neef. Dit bedrag diende te worden opgeteld bij het saldo van de nalatenschap en X had recht op 400.000 Euro (de helft van de gehele nalatenschap). Dat was niet meer aanwezig maar door met inkorting te dreigen ontving X uiteindelijk waar hij recht op had.

Spreker

Désiré Leijs
Advocaat Shioda advocaten

Rechtsgebied

Erfrecht

Project

Stichting Magna Charta Advocaten