Menig werkgever ziet wel eens aanleiding om een verborgen camera in te zetten, zoals bij een vermoeden van diefstal. De inzet van heimelijk cameratoezicht is onder strikte voorwaarden volgens de Autoriteit Persoonsgegevens toegestaan. Omdat de privacy van de werknemer(s) in het geding kan komen, is van belang om die inbreuk zo beperkt mogelijk te houden. Richt de camera op een specifieke plek en zet de camera niet langer in dan noodzakelijk. Denk bijvoorbeeld tevens na waar de beelden worden opgeslagen en wie toegang heeft tot de beelden. Zorg voor beleid waarin je aangeeft dat in geval van vermoedens van bijvoorbeeld diefstal kan worden overgegaan tot de inzet van heimelijk cameratoezicht. Indien er een ondernemingsraad is, leg dit beleid dan voor. In het arbeidsrecht zien we dat door de toegenomen aandacht voor privacy vaker wordt geprotesteerd tegen de inbreng van bewijsmiddelen waarbij de privacy in het geding kan zijn geweest. Dat neemt niet weg dat de rechter het belang van waarheidsvinding vaak zwaarder laatwegen dan het recht op privacy van de werknemer. Wel wordt soms een extra vergoeding aan de werknemer toegekend.

Spreker

Sabine van Loon
Advocaat MannaertsAppels Advocaten

Rechtsgebied

Arbeidsrecht

Project