Op 13 juni 2014 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over telefoonabonnementen waarbij een “gratis” mobiele telefoon aan de consument ter beschikking werd gesteld. Dergelijke aanbiedingen van telecomproviders waren lange tijd de standaard in de telefoniemarkt, en deze uitspraak heeft dan ook een hoop verandering teweeggebracht in de verkoop van mobiele telefonie abonnementen aan consumenten. De Hoge Raad deed deze uitspraak naar aanleiding van een prejudiciële vraag van een kantonrechter in Delft, die was gevraagd te oordelen over een zaak van een consument die twee overeenkomsten (abonnementen) had gesloten met KPN en die wenste te vernietigen omdat deze niet zouden voldoen aan de eisen die de Wet op het consumentenkrediet hieraan stelde. De kantonrechter vroeg daarop aan de Hoge Raad of telefoonabonnementen waarbij een (“gratis”) telefoon aan de consument ter beschikking werd gesteld, waren te kwalificeren als een consumentenkrediet of als koop op afbetaling. De Hoge Raad oordeelde, kort gezegd, dat voor een bevestigende beantwoording van de prejudiciële vereist was dat de overeengekomen maandelijkse betalingen van de consument mede aangemerkt konden worden als (deel)betalingen voor de koopsom voor de mobiele telefoon. Hoewel de tekst van dergelijke abonnementen vaak impliceerde dat de telefoon gratis ter beschikking werd gesteld, moest deze vraag volgens de Hoge Raad mede beoordeeld worden aan de hand van de strekking van de overeenkomst, waarbij bijzonder gewicht toekwam aan het perspectief en de belangen van de consument. De Hoge Raad overwoog dat voor een consument een nieuwe mobiele telefoon in het algemeen, zowel in absolute zin als in verhouding tot de voor het gebruik van telecommunicatiediensten maandelijks te betalen kosten, een aanzienlijke waarde vertegenwoordigde, en dat het verkrijgen van een dergelijke mobiele telefoon daarom deel zal zijn van de reden dat het abonnement wordt afgesloten. Over het algemeen zal de consument, gelet op de waarde van de telefoon, er rekening mee moeten houden dat in de overeengekomen maandelijkse betaling een vergoeding voor het toestel is verwerkt. Omgekeerd geldt ook dat de telecomprovider de inkoopkosten voor de telefoon geheel of voor een (aanzienlijk) gedeelte zal terugverdienen uit de door de consument te betalen maandelijkse abonnementskosten. De Hoge Raad oordeelde dan ook dat een telefoonabonnement inclusief toestel, voor wat betreft het toestel in beginsel is aan te merken als een koop op afbetaling, en daarnaast als een krediettransactie dan wel kredietovereenkomst, tenzij de telecomprovider aannemelijk kan maken dat de door de consument verschuldigde abonnementskosten niet (mede) strekken tot afbetaling van de telefoon. De Hoge Raad voorzag al dat dit oordeel ertoe zou kunnen leiden dat een consument een telefoonabonnement inclusief toestel, zoals in dit arrest besproken, zou kunnen vernietigen wegens strijd met de in verband met koop op afbetaling, krediettransactie dan wel kredietovereenkomst geldende wettelijke bepalingen. Zie ook: nrc.nl/nieuws/2014/06/14/hoge-raad-gratis-telefoon-is-koop-op-afbetaling-1388638-a267634 nos.nl/artikel/2119120-massaclaim-om-gratis-mobiele-telefoons.html

Spreker

Evelyn Tjon-En-Fa
Advocaat / Partner Bird & Bird LLP

Rechtsgebied

Civiel recht

Project