In het civiele proces stellen de partijen feiten als grondslag van hun vordering respectievelijk verweer. De wet regelt in art. 150 Rv de toedeling van de ‘bewijslast’, de ‘bewijslastverdeling’. Dit is niet alleen het opleggen van de verplichting om de gestelde feiten te bewijzen, maar ook toedeling van het procesrisico (de zaak verliezen) dat een partij loopt als zij de door haar gestelde feiten niet weet te bewijzen. De vraag is wie dit risico in het gegeven geval moet lopen. De wet regelt dit in een heel kort artikel, art. 150 Rv, en knoopt aan bij de materiële rechtsregels die voor de beslissing van de zaak moeten worden toegepast (de objectiefrechtelijke bewijslastverdeling).

Spreker

Daan Asser
Emeritus hoogleraar Burgerlijk Procesrecht UL

Rechtsgebied

Burgerlijk recht

Project

Muntgebouw Utrecht